Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Je moet bij een kleine-kwalenspreekuur goed weten wat je doet’

redactie

Naam: Maria Rosmolen
Leeftijd: 47 jaar
Opleiding: doktersassistente en opleiding POH
Werkzaam als: praktijkondersteuner
Werkzaam bij: Gezondheidscentrum Stevenshof in Leiden
Sinds: 9,5 jaar
Aantal uren per week: 20
Andere werkzaamheden: geen
De kleur van mijn vak: groen

[[img:338]]

Van krentenbaard en eczeem tot oorklachten. Praktijkondersteuner Maria Rosmolen ziet het tijdens haar kleine-kwalenspreekuur allemaal voorbij komen. Patiënten stappen gemakkelijk bij haar binnen om even naar een vlekje, waterwratje of zere teen te laten kijken. 

In haar dertigjarige loopbaan in de huisartsenpraktijk zag Maria Rosmolen al heel wat kleine kwalen voorbijkomen. De solohuisarts bij wie ze vroeger werkte, vroeg haar regelmatig alvast even in een oor te kijken. Ook vroegen mensen soms aan de balie of zij naar een huidplekje wilde kijken. Van lieverlee interesseerde zij zich steeds meer voor kleine kwalen. Samen met Just Eekhof, een van de huisartsen in gezondheidscentrum Stevenshof, zette zij een kleine-kwalenspreekuur op. Destijds was de gedachte dat praktijkondersteuners naast zorg bij chronische aandoeningen (“achter de huisarts”) ook een rol zouden kunnen spelen aan de poort bij de opvang van de alledaagse kleine aandoeningen (“vóór de huisarts”). Dat vergde veel zelfstudie van Maria, want een passende opleiding bestond er niet en kleine kwalen zijn ook geen onderdeel van de POH-opleiding. Dankzij de boeken Kleine kwalen in de huisartspraktijk, Kleine kwalen bij kinderen, Diagnostiek van alledaagse klachten deel 1 en ll en haar eigen ervaring, kwam ze een heel eind. De belangrijkste voorwaarde was echter dat voor alle klachten die zij zag een protocol moest zijn of moest worden ontwikkeld.

Protocollen en duidelijke klachten

Maria vertelt dat in gezondheidscentrum de Stevenshof de praktijkassistenten de klachten triageren aan de telefoon met behulp van klachtenlijsten. Via deze weg komen patiënten met kleine kwalen op het “kleine-kwalenspreekuur” van Maria. Kinderen jonger dan 2 jaar komen in principe niet op dit spreekuur en ook de beoordeling van moedervlekken horen op het spreekuur van de huisarts. ‘Patiënten met oor- en sinusklachten komen bij mij, met nieuwe huidklachten, eczeem, vlekjes, of waterwratjes. Ik verwijder ook seborroische wratten en knip kleine steelwratjes weg. Verder krijg ik onder andere kinderen met hoofdluis, waterpokken, krentenbaard en acne. Laatst had ik iemand met een kattenbeet die daar een behoorlijke cellulitis van kreeg. Daar roep ik ter beoordeling de huisarts bij, zeker wanneer er ook antibiotica nodig zijn. Voor al deze klachten hebben wij een protocol. Vallen de klachten buiten een protocol of is het geen standaard verhaal, dan roep ik er een huisarts bij. Dat doe ik ook als ik denk dat het klinische beeld niet klopt, bijvoorbeeld als iemand met sinusitis koorts heeft en flink hoest. Bij sommige klachten is het niet nodig dat er een dokter aan te pas te komt, zoals bij een kindje met waterwratjes of als iemand een teen heeft gestoten. Soms overleg ik na het spreekuur en soms roep ik direct een huisarts bij het consult. Ik vind het overigens prettig als ik de klacht met het oog kan beoordelen. Rugklachten vind ik lastig omdat er vaak geen duidelijke aanleiding is voor deze klachten. Al snel moet je dan overleggen met een huisarts. Ook als ik twijfel over huidklachten, roep ik er altijd een huisarts bij. Wanneer het helemaal niet duidelijk is, maken we een foto die we voor een teledermatologisch consult naar de dermatoloog sturen. Verder geef ik patiënten een informatiebrief mee over hun kleine kwaal. Dit zijn meestal de standaard NHG-Patiëntenbrieven of zelfgemaakte informatiebrieven.’

Varen op je kennis

‘Je moet heel goed weten wat je doet’, vindt Maria. ‘Als het een bekende kwaal lijkt, maar het beeld past er niet bij, roep ik er een huisarts bij. Ik hou de NHG-Standaarden bij die voor het kleine-kwalenspreekuur van belang zijn, zoals Otitis media en Bacteriële huidinfecties. Het is belangrijk dat je je kennis up-to-date houdt en de nieuwe ontwikkelingen bijhoudt.’ Ze zou zichzelf graag bijscholen door bijvoorbeeld de opleiding voor nurse practitioner te volgen.

Minder kleine kwalen

Naast het kleine-kwalenspreekuur begeleidt Maria diabetespatiënten, heeft zij een cardiovasculair spreekuur, begeleidt zij patiënten met hartfalen en patiënten die willen stoppen met roken. Binnenkort gaat zij zich ook bezighouden met ouderenzorg. Hierdoor ziet zij tegenwoordig minder kleine kwalen dan vijf jaar geleden. ‘Mijn spreekuren lopen veel meer vol met chronische zorg. Ook nemen de twee huisartsen in opleiding in onze praktijk vaak de kleine kwalen voor hun rekening omdat zij daarmee ervaring moeten opdoen. Tegenwoordig weten mijn chronische patiënten vaak dat ik ook naar kleine kwalen kijk en zie ik dus een diabeet met klachten van seborroisch eczeem of een otitis externa. Het is dan handig dat ze hiervoor niet apart naar de huisarts hoeven te gaan.’

Dokter erbij

Maria’s spreekuren zijn laagdrempeliger dan die van de huisarts. Ze merkt dat veel patiënten dat prettig vinden en ook eerder naar haar toekomen met bijvoorbeeld een pijnlijk oor net voor het weekend. Soms worden patiënten op Maria’s spreekuur gezet omdat de huisarts geen plek meer had. ‘Af en toe merk je dat zo’n patiënt dat niet prettig vindt. In dat geval roep ik sowieso een huisarts erbij, ook al heb ik zelf een idee wat er aan de hand is. Dan laat ik de dokter vertellen wat het is en handel ik het daarna af. Gelukkig komt dat maar zelden voor. Het is belangrijk dat er vertrouwen is.’ Niet voor niets kiest Maria groen als de kleur van haar vak. ‘Groen staat voor veilig en is rustgevend.’

Taken beperken

Maria denkt dat in de toekomst nog meer taken naar de praktijkondersteuner worden gedelegeerd, zoals de begeleiding bij osteoporose. ‘Dat kan goed, maar ik denk dat elke praktijkondersteuner zich moet beperken tot een aantal gebieden. Je moet namelijk samen met een huisarts protocollen ontwikkelen en zorgen dat de inhoud daarvan up-to-date blijft. Wanneer je te veel aandachtsgebieden hebt, kan je niet alles meer bijhouden.’ Ook is Maria ervan overtuigd dat praktijkondersteuners prima een kleine-kwalenspreekuur kunnen doen. ‘Taakdelegatie van chronische zorg heeft niet geleid tot taakverlichting van de huisarts, maar delegatie van kleine kwalen bespaart de huisarts misschien wel tijd. Wanneer mensen een dergelijk spreekuur willen opzetten, raad ik ze aan om zich samen met de begeleidende huisarts goed in de materie te verdiepen en daarnaast een paar keer een dubbel spreekuur te draaien met de huisarts. Je moet ook een ruime werk- en levenservaring hebben. Ik zou als net afgestudeerde praktijkondersteuner niet meteen aan een kleine- kwalenspreekuur beginnen.’ Maria vindt dat de combinatie chronische zorg en nieuwe kleine klachten in haar werk voor veel afwisseling zorgt. Zij zou het spreekuur dan ook niet willen missen.

Op dit moment vergoeden zorgverzekeraars alleen via een vast tarief per patiënt de zorg voor chronische aandoeningen. Voor de vergoeding van bijzondere spreekuren, zoals het kleine-kwalenspreekuur, moeten aparte afspraken met de zorgverzekeraar gemaakt worden.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2011, nummer 6

Literatuurverwijzingen: